Periodiek systeem quiz
Vier modi, tien vragen per ronde en een overzicht van wat je fout had.
Kies een modus en begin
Tien vragen per ronde. Fouten worden aan het eind verzameld zodat je weet wat je moet herhalen.
De symbolen waar je over struikelt
Acht symbolen komen van het Latijn en niet van het Nederlands. Dat zijn de symbolen die punten kosten, dus het loont om ze te oefenen tot ze vanzelf gaan.
| Symbool | Naam | Komt van |
|---|---|---|
| Fe | IJzer | ferrum |
| Cu | Koper | cuprum |
| Ag | Zilver | argentum |
| Sn | Tin | stannum |
| Sb | Antimoon | stibium |
| Au | Goud | aurum |
| Hg | Kwik | hydrargyrum |
| Pb | Lood | plumbum |
Hoe je het echt onder de knie krijgt
- Leer groepen, geen reeksen. Element 1 tot en met 20 op volgorde opdreunen is een kunstje voor op een feestje; weten dat groep 17 uit F, Cl, Br en I bestaat is chemie, want het vertelt je dat ze allemaal 1−-ionen vormen.
- Begin met de elementen die je daadwerkelijk tegenkomt. Met een twintigtal elementen dek je vrijwel alle scheikunde van de middelbare school; leer die goed voordat je je druk maakt over praseodymium.
- Gebruik de positie als kapstok. De modus "vind het op de tabel" traint het ruimtelijk geheugen waardoor de rest blijft hangen: zodra je weet waar een element staat, krijg je de lading en reactiviteit er gratis bij.
Meer over het periodiek systeem
Gerelateerde rekenmachines
Veelgestelde vragen
Wat is de makkelijkste manier om het periodiek systeem uit het hoofd te leren?
Leer het in blokken in plaats van op volgorde. Begin met het twintigtal elementen dat je daadwerkelijk tegenkomt — H, C, N, O, Na, Mg, Al, Si, P, S, Cl, K, Ca, Fe, Cu, Zn, Ag, Sn, Au, Pb — en leer daarna hele groepen, want een groep deelt gedrag en dat geeft elk symbool een kapstok. Posities en namen tegelijk leren werkt beter dan één van de twee apart leren.
Welke elementsymbolen komen niet overeen met hun naam?
Acht komen van het Latijn: ijzer (Fe, ferrum), koper (Cu, cuprum), zilver (Ag, argentum), tin (Sn, stannum), antimoon (Sb, stibium), goud (Au, aurum), kwik (Hg, hydrargyrum) en lood (Pb, plumbum). Natrium, kalium en wolfraam komen ook oorspronkelijk uit het Latijn respectievelijk Duits, maar hun Nederlandse naam begint toevallig met dezelfde letter als het symbool, dus die vallen niet op. Deze acht zijn het waard om te stampen, want dit zijn de symbolen waar mensen op struikelen.
Hoeveel elementen moet ik kennen voor een scheikunde-examen?
De meeste inleidende lesprogramma's verwachten de eerste 20 op volgorde, plus de gangbare overgangsmetalen en alles wat voorkomt in de reacties die je aan het bestuderen bent. Weten waar een element staat, is meestal belangrijker dan zijn nummer kennen: de positie vertelt je de lading, de reactiviteit en hoe het zal binden.