Tin (Sn)

element 50 · Post-overgangsmetaal · 118.71 u

50118.71
Sn
Tin
Post-overgangsmetaal
Sn

Elektronen per schil: 2, 8, 18, 18, 4

Tin gelegeerd met koper leverde brons op en daarmee een heel tijdperk van menselijke technologie. Tegenwoordig is de grootste enkelvoudige toepassing het soldeer dat elektronica bijeenhoudt.

Onder 13 °C brokkelt tin langzaam af tot een grijs poeder — "tinpest" heeft orgelpijpen en knopen vernietigd.

Atoomnummer
50
Atoommassa
118.71 u
Elektronenconfiguratie
[Kr] 5s² 4d¹⁰ 5p²
Groep · periode · blok
14 · 5 · p

Koolstofgroep

Oxidatietoestanden
−4, +2, +4
Elektronegativiteit
1.96 (Pauling)
Smeltpunt
232 °C
Kookpunt
2,602 °C
Dichtheid
7.287 g/cm³
Toestand bij 20 °C
Vast
Uiterlijk
Zilverwit metaal
Ontdekking
Al sinds de oudheid bekend

Gebruik

  • Soldeer voor elektronica
  • Vertind stalen conservenblikken
  • Brons- en tinlegeringen
  • Productie van floatglas

Atoomstructuur

Een neutraal tin-atoom heeft 50 protonen en 50 elektronen. De meest voorkomende isotoop heeft ongeveer 69 neutronen, wat het massagetal 119 oplevert. Verander je het aantal neutronen, dan krijg je een andere isotoop; verander je het aantal protonen, dan krijg je een ander element.

Die elektronen vullen de schillen van binnen naar buiten: 2, 8, 18, 18, 4. In orbitaalnotatie is dat [Kr] 5s² 4d¹⁰ 5p².

3D electron orbitals

See where Tin's electrons actually are — a cloud of 26,000 points sampled from the probability density |ψ|², not a cartoon of a lobe.

Positie in het periodiek systeem

Metalen rechts van het d-blok. Zachter, met een lager smeltpunt en brozer dan de overgangsmetalen, met een meer covalent karakter in hun binding.

Ontdekking en naam

Tin is al sinds de oudheid bekend en in gebruik, lang voordat iemand het als element kon beschrijven. De naam komt Oudengels tin; symbool van Latijn stannum.

Ontdek meer

Atoommassa volgens IUPAC/CIAAW; fysische eigenschappen volgens PubChem (Amerikaanse National Library of Medicine). Waarden die nooit gemeten zijn, staan als "niet gemeten", niet als schatting.

Gerelateerde rekenmachines

Veelgestelde vragen

Wat is de atoommassa van tin?

Het standaard atoomgewicht van tin is 118.71 u, volgens de Commission on Isotopic Abundances and Atomic Weights van de IUPAC.

Hoeveel protonen, neutronen en elektronen heeft tin?

Tin heeft 50 protonen, want het atoomnummer is precies het aantal protonen en dat is wat een atoom tot tin maakt. Een neutraal atoom heeft evenveel elektronen, 50. Het aantal neutronen hangt af van de isotoop; de meest voorkomende heeft er ongeveer 69, want 119 − 50 = 69.

Wat is de elektronenconfiguratie van tin?

De elektronenconfiguratie van tin is [Kr] 5s² 4d¹⁰ 5p². De elektronen zijn verdeeld 2, 8, 18, 18, 4 over 5 schillen.

Is tin een metaal?

Ja. Tin wordt geclassificeerd als post-overgangsmetaal.

In welke groep en periode staat tin?

Tin staat in groep 14 (koolstofgroep), periode 5, in het p-blok. De groep is zijn kolom en de periode zijn rij.

Wat is de lading van tin?

Tin vormt gewoonlijk 2+ / 4+-ionen. Over al zijn verbindingen heen vertoont het de oxidatietoestanden −4, +2, +4.

Wat is het smeltpunt van tin?

Tin smelt bij 232 °C en kookt bij 2,602 °C. Bij kamertemperatuur is het vast.

Waarvoor wordt tin gebruikt?

Soldeer voor elektronica, Vertind stalen conservenblikken, Brons- en tinlegeringen, Productie van floatglas. Tin gelegeerd met koper leverde brons op en daarmee een heel tijdperk van menselijke technologie.

Wie ontdekte tin en waar komt de naam vandaan?

Tin is al sinds de oudheid bekend en in gebruik, lang voordat het als element beschreven kon worden. De naam komt Oudengels tin; symbool van Latijn stannum.